Beroepen van vrouwen in de bijbelse tijd

Wie denkt dat vrouwen van enkele duizenden jaren geleden voornamelijk thuis bleven, heeft het mis. Vrouwen draaiden volop mee in het werkende leven, zoals hieronder blijkt. Wat waren nu typisch vrouwenberoepen, of beroepen waarin vrouwen vertegenwoordigd waren, in de tijd van het ontstaan van de bijbel?

Hangende_tuinen_van_Babylon_01

De hangende tuinen van Babylon

Volkeren in Kanaän, Egypte en Mesopotamië onderhielden doorgaans veel contacten met elkaar wanneer ze niet met elkaar in oorlog waren. Er werden huwelijken georganiseerd tussen de verschillende volken en staten om de onderlinge banden te bestendigen. Dit leverde veel wederzijdse beïnvloeding op van elkaars culturen, verhalen, beroepen en erediensten.
Zo vinden we veel vrouwen die (buitenshuis) werken als:

1. Weefster. Dit gebeurde zowel in ateliers en tempels, als thuis. Er werden stoffen, kleren, gewaden en tapijten geweven. Er bestond ook een godin van het weven: Uttu. Uttu verschijnt in de belangrijke mythe ‘Enki en de ordening van de wereld’ aan het eind van deze ordening. Met haar weefkunsten kan zij vloeken afweren, bijvoorbeeld door het spinnen van een magisch zwart-wit draad, dat de patiënt om zijn handen, hoofd en voeten werd gewonden. Weven was in de oude tijd een eervol ambt.

2. Maalster. Doorgaans maalde men meel, en dit gebeurde op de knieën op de grond met behulp van maalstenen. Voor elk type meel was er een speciale maalsteen. Plaatsen waar o.a. gemalen werd, waren de zogenaamde ‘meelhuizen’ en de ‘vrouwenhuizen’ in de tempels.

3. Musicienne, zangeres. Op oude reliëfs vindt men afbeeldingen van vrouwen met een lier of tamboerijn. Veel hofhoudingen hadden zowel vrouwelijke als mannelijke musici en zangers in dienst. Daarbij dient vermeld te worden dat velen van hen blind waren of soms zelfs blindgemaakt werden…

4. Waardin. Bierhuizen waren algemeen verspreid in het oude Nabije Oosten en er zijn vele erotische afbeeldingen gevonden waarbij bier gedronken wordt tijdens het liefdesspel. Vrouwen brouwden vaak thuis het bier (bijvoorbeeld van dadels). Seksualiteit en bier gaan nauw samen: een afbeelding van de godin Isjtar boven de ingang van het ‘café’ gold als amulet voor een winstgevende onderneming. Goed bier stond garant voor een goed ‘vat’ oftewel vulva en baarmoeder: deze vergelijking vinden we terug in de oude liefdesliederen. Echter, wanneer het bier zuur was, werd de vrouw hier eveneens op aangekeken: haar ‘vat’ –haar vulva- zou dat dan ook zijn…

5. Schrijfster. Veel vrouwen konden schrijven en zij schreven brieven, liefdesliederen, klaagliederen en gedichten in natte klei. Het oudste, ons bewaarde werk op schrift komt van een vrouw uit het Nabije Oosten: de Sumerische prinses-priesteres Enheduanna, dochter van koning Sargon. Ook hadden koninginnen en prinsessen hun eigen schrijfsters in dienst. Er bestond zelfs een godin van het schrijven: dit was in Sumerië de godin Nissaba.

vrouwen bijbelse tijd

Vrouwen in de bijbelse tijd

6. Arts. Zeker, er bestonden vroeger al vrouwelijke artsen! Vooral voor gynaecologische kwesties, vaak werden deze vrouwelijke artsen dan vergezeld door een vroedvrouw. Vrouwen hadden doorgaans veel kennis van de medicinale werking van planten en kruiden en ze waren een goede hulp voor zieken. Wellicht daarom was vroeger de god van de geneeskunde een vrouw: de godin Gula, die met een hond werd afgebeeld. Soms ook heette zij Ba’u of Bau.

7. Klaagvrouw. Er bestonden professionele klaagvrouwen, want het was belangrijk dat er openlijk geweend en geklaagd werd bij begrafenissen e.d. Sumerische vrouwen deden dit doorgaans in hun eigen vrouwentaal: het Emesal. Deze klaagvrouwen waren de vroege christelijke profeten een doorn in het oog: zo beklaagde Ezechiël zich over hun praktijken. Hij nam aanstoot aan deze vrouwen die bij de ingang van de tempels hun rouwklacht lieten horen. Hierbij dient vermeld te worden dat veel van deze tempels, die eerst nog een vrouwelijke god eerden, inmiddels steeds vaker ‘huizen van de Heer’ werden. De vrouwen weigerden echter hun oude eredienst (bijvoorbeeld de bewening van de gestorven Adonis en Tammuz’-de geliefden van Aphroditè en Isjtar) op te geven. Moderne onderzoekers gaan er nu steeds meer van uit dat deze ‘hardnekkige traditie’ een van de redenen is voor de openlijke vrouwvijandigheid van sommige bijbelse profeten.

8. Voedster en min. Dikwijls waren zij echter ook slavinnen aan het hof. Baby’s werden doorgaans aan de borst van andere vrouwen dan de eigen moeder gevoed. Voedster van de koningin zijn, was een eervolle titel. Aan het hof was men zeer goed bewust dat het belangrijk was dat er goed voor de voedster werd gezorgd, immers van haar melk was de toekomstige koning afhankelijk.

Women-of-the-Bible-adj

Women of the Bible

9. Zakenvrouw. In de rijkere kringen vond je vrouwen die een vooraanstaande positie als zakenvrouw innamen. In twee van de oudste teksten uit Mesopotamië (ca. 3000 v. Chr.) trad een vrouw al handelend op. Tevens verkochten vrouwen huizen en grond, makelaars avant la lettre dus! Verder handelden zij in stoffen en ruilden kostbare metalen en juwelen. Ook vertegenwoordigden sommigen hun man bij het afsluiten van transacties. Vrouwen speelden zeker een belangrijke rol in de internationale handel van stoffen naar Klein-Azië.

10. Priesteres. Een heel belangrijke functie, en priesteressen waren duizenden jaren geleden zeer talrijk. Zij waren priesteres van een vrouwelijke of mannelijke god. Hierin kwam echter steeds meer verandering toen het patriarchaat -of de mannenmaatschappij- zijn intrede begon te doen. In de bijbelse tijden liep het aantal priesteressen fors terug. Taken van priesteressen waren o.a. het uitvoeren van reinigingsrituelen, offers , het onderhouden van de tempel, bidden voor de gemeenschap, het schrijven van liederen en in bepaalde gevallen het voltrekken van het heilige huwelijk (bijvoorbeeld de seksuele vereniging met een god of de koning). Dit heilige huwelijk kwam vroeger zeer veel voor. We komen er in een latere blog nog op terug.

Bron: Marten Stol, ‘Vrouwen van Babylon. Prinsessen, priesteressen, prostituees in de bakermat van de cultuur’, Utrecht 2012.