Gevallen, verstoten en onsterfelijke vrouwen in de Chinese literatuur (3)

Het laatste deel over het thema van de gevallen, verstoten en onsterfelijke vrouw: vervolg van de bloemlezing. En wat wordt bedoeld met ‘gevallen’?

‘Gevallen’ verwijst mijns inziens naar het proces van verstoffelijking en volledig incarneren als mens, naar het ‘vallen’ in het net van verdichting waarbij de ziel zichzelf steeds meer als een volledig menselijk en voelend wezen ervaart. Dit ‘indalen’ in het aardse brengt een soort ‘vergetelheid’ met zich mee over onze ware oorsprong. Alchemistische poëzie, met name de uitgebreide taoïstische, kan men hierbij zien als richtingwijzers voor mannen en vrouwen die op weg zijn naar ‘huis’- hierbij verschilt de poëzie voor vrouwen van die voor mannen, omdat vrouwen een iets andere weg afleggen:

wu cailuan

De onsterfelijke Wu Cailuan

‘Het paradijs der koningin bezocht ik in het westen:
In ochtendgloren-bekers rozenrode wijn!
De sterren kon ik, leek het, plukken van de hele hemel,
Mijn eigen lichaam scheen gehuld in wolken en in nevels.
‘k reed op een witte ree
En mende groene draken,
Onsterfelijken zongen samen hun mystieke hymnen.
En toen ik eindelijk weer heen moest gaan,
Schonk Shuan Cheng mij het gouden medicijn van eeuwig leven!’ (Ye Xiaoluan, 17e eeuw)

Met de koningin wordt de Koningin-Moeder van het Westen bedoeld (Xi Wang Mu), die waakt over de onsterfelijken. Shuan Cheng is een van haar dienaressen.

‘Ik was oorspronkelijk een fee op zee
Maar liet me leiden door mijn aardse lusten
En raakte in het net van stof verstrikt-
Dat is nu alweer twintig jaar geleden.
Onlangs kreeg ik een brief van Hennepvrouw,
Die vroeg wanneer ik weer terug zou keren.’ (Zheng Yunduan, 14e eeuw)

Zheng Yunduan heeft altijd het gevoel gehad, dat zij lang geleden in een vorig bestaan een dienares van de Koningin-Moeder van het Westen is geweest, en in dit gedicht lijkt ze vrouwen eraan te willen herinneren, dat dit wellicht ook voor hen geldt. De hennepvrouw is ook een hoedster van onsterfelijken.

magu

Magu met twee onsterfelijken

Refining the spirit:
‘The relic from before birth
Enters one’s heart one day.
Be as careful as if you were holding a full vessel,
Be as gentle as if you were caressing an infant.
The gate of earth should be shut tight,
The portals of heaven should be first opened.
Wash the yellow sprouts clean,
And atop the mountain is thunder shaking the earth.’ (Sun Bu-er, 12e eeuw)

Ik heb als laatste dit gedicht van Sun Bu-er aangehaald, een beroemde taoïstische onsterfelijke, omdat veel spiritueel bewuste vrouwen in deze tijd zullen herkennen wat er beschreven wordt. Poëzie kenmerkt zich dikwijls doordat er verschillende interpretatielagen in aangeboord kunnen worden, en deze lagen kunnen naast elkaar bestaan. Net als een symbool ontsluit het steeds weer andere lagen van zichzelf, afhankelijk van je persoonlijke proces en soms ook de tijdgeest.

In dit laatste gedicht vind je de sluimerende herinnering aan de pure afkomst van de geest, aan het ‘thuisland’, aan het Al wat is. Op een dag komt zij ons bestaan weer binnen, en vanaf dat moment is het belangrijk haar te koesteren als een kind, omdat zij kwetsbaar is en nog niet ‘steady’ genoeg. Het beeld van het vat (graal, baarmoeder) kennen we ook in het westen (denk maar aan o.a. onze Keltische godinnen en aan Maria Magdalena). Het is nu ook belangrijk om geen energie meer weg te laten stromen door ‘de poort van de aarde’(de onderste poorten –vagina, perineum, anus- en ook de onderste chakra’s, waar volgens overlevering onze primaire behoeften en verlangens aan veiligheid, zekerheid en begeerte huizen). Daarentegen dient men haar door het lichaam omhoog te sturen zodat zij verfijnd kan worden tot ‘shen’ (de hemelse poort, de hersenen).

china tang guangzhen

De dichtster Tang Guangzhen

In de seksuele tao staat dit bekend als het omhoog voeren van seksuele qi naar de hersenen door middel van de hemelse kringloop of opwaartse draw. Wanneer dit gedaan wordt en qi zich verfijnt (‘gele loten wassen’ verwijst naar dit proces), vinden er transformationele processen plaats in de hersenen (waarbij het kan vonken en knetteren in het hoofd, ofwel ‘donderen’). Hiervoor hoeft men niet te schrikken, ook niet voor het schudden of trillen van het lichaam, of het voor het geestesoog waarnemen van kleuren aan de violette kant van het spectrum (violet, goud, wit). Er zijn ongetwijfeld meerdere interpretaties mogelijk, maar het is mijn persoonlijke ervaring dat lagen zich pas ontsluiten als het ervaringslichaam of het bewustzijn daar klaar –misschien beter nog: ontvankelijk- voor zijn. En dikwijls ook gaat de ervaring aan de herkenning vooraf, omdat we dan ineens wat anders tussen de regels door kunnen lezen. Zo niet, dan lezen we erover heen of leggen we het naast ons neer… ook dat behoort tot de intrinsieke schoonheid van poëzie, waar ‘beauty in the eye of its beholder’ is.

Gedichten geciteerd in:
W.L. Idema, “De onthoofde feministe. Schrijvende vrouwen in het Chinese keizerrijk van de vroege tweede eeuw v. Chr. tot de eerste jaren van de twintigste eeuw.”
Thomas Cleary (vert. & uitg), “Immortal Sisters, Secret Teachings of Taoist Women.”

Voor deel 1 in deze serie: deel 1

Voor deel 2 in deze serie: deel 2