Het nabije oosten, onze missing link?

In het nabije oosten, het gebied waar de monotheïstische religies ontstaan zijn, ligt een belangrijk deel van ons collectief onderbewuste dat erom vraagt geheeld te worden. Het is in dit gebied dat voor onze (christelijke) samenleving de disbalans ontstond tussen het mannelijke en het vrouwelijke, en waar we belangrijke ontbrekende puzzelstukjes voor onze heelwording kunnen vinden…

nabije oosten comerre-odalisque

Comerre: odalisque

Het is veelzeggend dat we in het westen vooral de oude klassieke wereld- de Griekse en Romeinse- zien als bakermat van onze beschaving. Ik zou daaraan toe willen voegen: als bakermat van ons duale en rationalistische denken en ideële vorming. Ik denk echter dat ons ‘collectief onderbewuste’ –datgene wat ons werkelijk drijft en doet handelen- eerder in het nabije oosten ligt, in het gebied van Mesopotamië, Kanaän, Phoenicië en Egypte. Met andere woorden: precies in het gebied waar de drie grote monotheïstische religies ontstaan zijn!

Religies hebben minder met denken dan met ervaren te maken (we kunnen ons denken vormen, maar de ervaring vormt óns), en de actuele spanningen tussen het Midden-Oosten (preciezer: de islamitische wereld) en ons christelijk ingerichte westen zijn mijns inziens zeker niet toevallig. Zij haken in op een bij lange na niet geheelde ervaring uit ons collectieve onderbewustzijn. We zouden wel eens een belangrijke bron aan kunnen boren wanneer we in de duizenden jaren oude literaturen en culturen van het nabije oosten duiken. We komen dan terecht in een voorchristelijke en pre-patriarchale wereld, waar lichaam en geest, seksualiteit en spiritualiteit, microkosmos en macrokosmos en natuur en cultuur nog niet van elkaar gescheiden zijn. Evenmin treffen we daar iets aan wat wijst op de cultivering van schuld en schaamte en een mogelijke ‘erfzonde’.

nabije oosten ashera astarte

Ashera-Astarte

Voorts bestaat daar nog niet zoiets als één God (en zeker nog geen God de Vader), daarentegen wordt het vrouwelijke principe (in de vorm van de Grote Moeder of Godin) geëerbiedigd. Wel krijgt deze Godin, in de loop der tijd, een goddelijke gemaal of geliefde, tot zij –de prima mater- steeds meer onttroond wordt en uiteindelijk uit haar woning wordt verdreven. Deze verbanning zit diep in ons onderbewuste –zowel bij vrouwen als bij mannen- en kunnen we teruglezen in de Mesopotamische literatuur (ik kom hier in een aparte ‘post’ nog op terug, omdat deze verbanning een cruciaal gegeven is binnen de ontwikkeling van de relatie tussen de seksen).

Wanneer we de Soemerische en Babylonische literatuur bestuderen, ontdekken we dat deze veel over liefde en erotiek spreekt, en dat daarin geen plaats is voor schuld, schaamte of de idee dat het lichaam schaamtevol en zondig is. Integendeel! Het lichaam, en met name de vulva, zijn ‘a place of joy’ en worden op velerlei manieren bezongen. De vrouw biedt haar seksuele lichaamsdelen aan aan de man, niet uit onderworpenheid, maar om hém en haarzelf seksueel genot te verschaffen – en een poort naar de ervaring van het goddelijke.

Opvallend is, dat het niet zozeer om vruchtbaarheid en het voortbrengen van nieuw leven gaat, als wel om het seksuele plezier en genot zelf. Ook wordt het als belangrijk gezien dat de vrouw seksueel bevredigd wordt, haar genot komt op de eerste plaats voor haar minnaar. De vulva en het schaamhaar worden als mooi en aantrekkelijk beschreven en vergeleken met zoet en smakelijk voedsel, zoals in dit Soemerische liefdeslied van Shu-Suen uit de Ur III-periode (ca. 2100 v.Cr.):

nabije oosten dadels vijgen“The beer of my [..], Il-Ummiya, the tapstress
Is sweet
And her vulva
Is sweet like her beer
And het beer is sweet
And her vulva
Is sweet like her chatter
And her beer is sweet!”
(geciteerd in Zainab Bahrani, “Women of Babylon, gender and representation in Mesopotamia, p. 45)

Er zijn in de hele Soemerische en Akkadische literatuur en taal geen woorden gevonden met een negatieve connotatie voor het uitdrukken van de geslachtsdelen. De zoetheid van ‘het bier van de vrouw’ was een graadmeter voor haar goedheid. Voor een vrouw
was het daarom belangrijk, dat haar vulva goed aangeprezen werd.

“O my one who of a sudden was doing sweet (things) to the
whole insides up to the navel, my darling of his mother,
My desert-honey loins, darling of his mother, you watered it-it being lettuce!”
(geciteerd in Gwendolyn Leick, “Sex & eroticism in mesopotamian literature”, p. 121)

nabije oosten vrouwMen gaat er tegenwoordig steeds meer van uit dat de  verschuiving richting een negatieve connotatie van schaamte samenhangt met de migraties en veroveringen door Semitische en Indo-Europese stammen en volkeren in dit gebied. Deze nomadische volkeren verdrongen de oude matriarchale en agrarische gemeenschappen, zoals in het oude Soemerië, dat noch van Indo-Europese, noch van Semitische oorsprong is. De Soemerische literatuur geldt overigens als de oudste literatuur die de mensheid bezit, en naar alle waarschijnlijk is de oudste, ons bekende auteur een vrouw geweest, de hogepriesteres Enheduanna, dochter van Sargon.

Een tweede belangrijke factor is de komst van de Grieken. De Grieken hebben veel oude Mesopotamische gebruiken gehelleniseerd (‘vergriekst’) en daarbij hun mannelijk en apollisch-esthetisch gerichte blik doen laten gelden. Hierbij kwam in de beeldhouwkunst meer de nadruk te liggen op musculatuur en gekuist of versluierd naakt, dat in de plaats kwam van de seksueel expliciete afbeeldingen in Mesopotamië.

Zo werd Ishtar, de Babylonische godin van de liefde en seksualiteit, een gekuiste Aphrodite waarbij een interessante wijziging optrad voor de weergave van de intieme delen en de plaats van de handen. Waar voorheen de handen expliciet en frontaal de vruchten van het lichaam aanboden (handen die uitnodigend de borsten naar voren duwden en/of naar de vagina wezen), werden deze in de Griekse periode gewijzigd in één hand die deels de boezem bedekte en de andere hand die de vagina kuiste (deze onttrekkend aan de blik van de kijker). Ook werden de tepels en de vagina niet meer gedetailleerd weergegeven, maar vrij ongedefinieerd of als een glad vlak. Een belangrijke verandering, aangezien seksualiteit in het algemeen en de seksualiteit van de vrouw in het bijzonder daarna steeds meer naar het rijk der zedigheid en later zondigheid verplaatst zal worden.

nabije osten priesteres

priesteres

In de literatuur zien we deze verschuiving zelfs al terug binnen de verschillende versies van het Gilgamesj-epos, vooral in de versie van Nineve. Hierin beledigt Enkidu de godin Ishtar en haar seksualiteit op een grove manier, iets wat hem later overigens duur komt te staan: hij moet sterven en wat zijn vriend Gilgamesj ook voor hem probeert, hij kan niet meer terugkeren naar het rijk der levenden en onsterfelijken. In één versie schijnt Enkidu zelfs Gilgamesj, die hem komt opzoeken in de onderwereld, op te hitsen om af te zien van vrouwen en hun spirituele inwijding, want zij zouden liegen dat er een onsterfelijke, onzichtbare wereld bestaat – waarom zouden mannen daarin trappen?

Zoals hierboven reeds vermeld, was Enheduanna een Soemerische hogepriesteres en is ze waarschijnlijk de oudste ons bekende auteur/dichter uit de geschiedenis is. Zij was een maanpriesteres die ook lofdichten componeerde voor en over Inanna, de Soemerische godin (die in Babylon Ishtar en in Phoenicië Astarte of Astoreth werd genoemd). Ook was ze de dochter van de koning Sargon en stond ze hoog in aanzien. Waarschijnlijk ‘kende’ en praktiseerde zij het geheim van de ‘hieros gamos’, het heilige huwelijk.

Het heilige huwelijk betekent zoveel als het verbinden/samenkomen van de mannelijke en vrouwelijke energie waarbij de dualiteit wordt opgeheven en een goddelijke eenwording ervaren wordt. Doorgaans moesten hiervoor de ‘centrale kanalen’ in het lichaam geopend zijn (m.a.w. zuiver bewustzijn moest vrij en ongehinderd door het lichaam kunnen stromen) zodat de kosmische en goddelijke energie vrijelijk kon stromen en uitgewisseld kon worden binnen de cirkel van energie die de twee partners vormden door met elkaar te vrijen.

Vermoedelijk waren veel (hoge)priesteressen uit het oude Mesopotamië en Phoenicië opgeleid in het uitvoeren van de hieros gamos en de heilige seksualiteit; door een jarenlange training waren ze voldoende uitgezuiverd (dat wil zeggen vrij van hechting, begeerte e.d.). Als belichaming van de Godin konden zij dan dit heilige huwelijk voltrekken met de koning, de goddelijke gezant. Voor deze laatste was het belangrijk om te ‘vergoddelijken’ en via een van haar dienaressen de spirituele wijsheid van de Godin te ontvangen. Ook kon eventueel in deze zuivere staat van bewustzijn een goddelijke conceptie plaatsvinden.

dakini

dakini

Eenzelfde idee vinden we terug in de pre-patriarchale bronnen van het tantrisme en tantrisch boeddhisme, waar de vrouw beschouwd werd als spirituele gids en inwijder. De vrouwelijke essentie, die geopenbaard werd in een vrouwenlichaam, was onontbeerlijk voor de spirituele groei van de man. Zij leefde in harmonie met de cycli der natuur, cultiveerde haar lichaam en bood haar seksualiteit aan als spiritueel voedsel voor de man. Let wel: alleen de man die zij waardig genoeg vond hiervoor, mannen die haar essentie niet voldoende eerden konden, als zij geluk hadden, rekenen op haar dédain.

Wie deze traditie van binnenuit leert te begrijpen, zonder het oordeel vanuit het judeo-christelijke perspectief op het lichaam en de seksualiteit, ontsluit voor zichzelf en de medemens een diep verborgen doch wezenlijke spirituele traditie, een belangrijke weg die lang geblokkeerd is geweest maar waar we een voorproefje van kunnen nemen binnen het nog bestaande pre-patriarchale tantrisme en taoïsme, die bijzonder yin- of vrouwgeoriënteerd zijn.

Natuurlijk gaat het er niet om terug te keren naar oude Babylonische tijden of om de sacrale prostitutie in ere te herstellen. Waar het hier om gaat, is dat zowel mannen als vrouwen zich weer herinneren dat de vrouwelijke spirituele weg alles te maken heeft met haar lichaam en haar seksualiteit. Ook gaat het erom dat zij beseffen dat het vrouwelijke lichaam en de vrouwelijke seksualiteit millennia lang het strijdtoneel zijn geweest van macht, lustbevrediging en politiek en economisch gewin. Waar deze in vroeger tijden een plaats van inwijding waren, zijn zij later veelal een plaats van ontwijding geworden. Immers, men wist zeer goed dat hier haar kracht lag, en dat ze hierin het makkelijkst ontkracht (of verkracht) kon worden.

nabije oosten salammbo 2

Oriëntalisme in de westerse kunst en literatuur: het verhaal van Salammbô

Het is opvallend hoezeer de vrouwelijke seksualiteit later in de kunst en literatuur gedemoniseerd is. Deze demonisering lijkt de keerzijde te zijn van een maatschappij waarbinnen het beeld van de vrouw als madonna of als hoer gecultiveerd werd, en het vrouwelijke lichaam en haar seksualiteit steeds meer in een keurslijf geperst werden (letterlijk zelfs in de 19e eeuw!). Er bestaat binnen de literatuurgeschiedenis geen periode waarin de vrouw meer als op bloed, seks en dood belust wezen werd afgebeeld dan binnen het oriëntalisme van de negentiende eeuw ! Denk aan de femmes fatales, de sfinxen, odalisken, slangenvrouwen en medusa’s, en de ’schaamteloze’ priesteressen van Ishtar. Niet toevallig waren het oude Babylon, Mesopotamië en Phoenicië veelal het decor van deze dramatische en geromantiseerde scènes (overigens vind ik het fascinerend om te zien dat vrouwen tegenwoordig juist gestimuleerd worden om deze ‘duistere’ kant uit hun diepste diepten omhoog te halen en te transformeren om weer in hun kracht te komen, maar dit terzijde:-).

Met het wegschrijven van de Godin (zie: Annine van der Meer, “Van Venus tot Madonna”) in de loop van de geschiedenis, werd vrouwen op deze manier niet alleen hun verhaal en hun geschiedenis ontnomen, ook werd zij geraakt in haar meest krachtige, maar tegelijk meest kwetsbare stuk: haar lichamelijkheid en seksualiteit. Denk je eens in wat het voor de wereld zou betekenen, wanneer alle vrouwen hun spirituele erfgoed weer tot leven zouden wekken en zich hun lichaam en seksualiteit weer zouden toeëigenen. Wat zou het betekenen wanneer zij hierbij zouden verkondigen: ‘make love, not war!’ en zouden streven naar een wereld voorbij schuld, schaamte en zonde? Het zou revolutionair zijn wanneer deze vrouwen weer hun intrek zouden nemen in hun eigen woning, en mannen hen hierbij zouden aanmoedigen. Dan zouden, meen ik, mannen en vrouwen eindelijk beiden weer thuis kunnen komen… bij zichzelf maar ook bij elkaar!

Meer lezen? Enkele boekentips:
Henriette Broekema, “Inanna, heerseres van hemel en aarde- geschiedenis van een Sumerische godin”
Gwendolyn Leick, “Sex & eroticism in Mesopotamian literature”
Zainab Bahrani, “Women of Babylon: Gender and representation in Mesopotamia
Nancy Qualls-Corbett, “De heilige hoer”
Luce Irigaray, “Tussen oost en west (Entre Orient et Occident)”
Annine van der Meer, “van Venus tot Madonna: een verborgen geschiedenis”.