Twee gedichten van Li Ho

Twee gedichten van Li He (ook wel Li Ho genoemd, 791-817). Li He was een excentrieke en gevoelige dichter uit China: zijn gedichten worden bevolkt door fantastische wezens, geesten en schone, goddelijke en onaardse vrouwen. Iedere ochtend zou hij met zijn paard erop uittrekken en ‘at random’ versregels schrijven die hij pas later bijeen zou voegen.

Goddelijke snaren

li ho

Li Ho

De priesteres plengt wijn onder een zwaarbewolkte hemel,

In jade branders houtskoolvuur: de wierook dreunt en dreunt!

De god der zee, de schim der bergen komen in hun zetel,

Papieren geld brandt knisperende in een wervelwind.

Een luit van liefdeshout versierd met gouden feniksdansen;

Ze fronst haar voorhoofd, aarzelt even, om opnieuw te spelen.

Ze roept de sterren, noodt de schimmen ’t offer aan te nemen-

Wanneer de berggedrochten eten sidd’ren we van angst.

Boven de Zuiderbergen zinkt de zon op vlakke baaien-

De goden ach! Bestaan voor eeuwig tussen zijn en niets.

De god vertoornd, de god verheugd –zo wisselt haar gelaat,

Tienduizenden ruiters zijn escorte naar de blauwe bergen!

 

Het lied van de schone vrouw die haar haar opsteekt

Een schone vrouw in ochtenddromen, kil de zijden klamboe-

Haar zwoele wrong is scheefgezakt, haar rouge half verdwenen.

De windas van de put laat piepende zijn jade draaien

En wekt die lotus ruw uit haar zojuist voltooide slaap.

Het fenikspaar: de open spiegel –najaarsstromen glanzend.

Haar wrong ontbindend voor de spiegel staat zij voor haar bed.

Haar haar één mat van zwoele zijde: wolken tot de grond-

Een jade spang die valt maakt door de olie geen geluid.

Met ranke handen rolt zij weer het ravezwart bijeen,

Het glad azuur van spangen slaagt maar niet het vast te zetten.

De lentewind waait wijd en zijd en kwelt haar lieve loomte,

De achttien knopen van de wrong –ze mist de energie!

De opgestoken lokkenpracht helt over naar een zijde

En langzaam loopt haar wolkenzoom met aarzelende passen.

Ze houdt geheim en zegt aan niemand waar ze heen zal gaan

Want in de hof plukt zij zich nu een twijgje kersebloesem.