Een Boodschap van Eenvoud en Vrede

Op deze Leeuwenpoortdag bestaat mijn spirituele bijdrage uit een boodschap over Eenvoud en Vrede. Daarin verwoord ik mooie inzichten door Franciscus geïnspireerd. Een liefdevolle groet en veel leesplezier

Door Wytske Jónás, 8 augustus 2020

Een Boodschap van Eenvoud en Vrede (Lessen van Franciscus)

Mooie en gezegende geliefde,

Met alles wat er momenteel in de wereld gebeurt, blijft het belangrijk om eenvoudig en liefdevol in je hart gecentreerd te blijven. Diepe veranderingen hebben nu plaats, en daarom geef ik op deze dag van de Leeuwenpoort (8/8) slechts een eenvoudige maar niet minder krachtige boodschap mee .

Het is ook eigenlijk meer een pad dat ik ter inspiratie wil delen; voel je vrij om mee te wandelen, een klein stukje of wat langer, of misschien wel helemaal niet; wederom aarzelend pen ik deze woorden neer, want ze zijn geenszins bedoeld om de aandacht naar mij toe te trekken, maar enkel als kanaal om de prachtige zich erin ontvouwende energie naar je hart toe te brengen. Een caleidoscoop waarin je de meervoudige facetten van je innerlijke goddelijkheid weerspiegeld kunt zien.

MANY ARE CALLED, FEW ARE CHOSEN

Over ascentie wordt veel geschreven, net zoals over de (spirituele) omwentelingen die de aarde op dit moment aan het maken is. Daarbij bewandelen we allemaal zowel een collectief als een individueel verdiepingspad. Over het laatste wordt minder geschreven dan over het eerste en het is een gegeven dat over dit individuele pad -naarmate men hierop vordert- steeds minder informatie te vinden is. Dat is ook helemaal niet nodig, want hoe verder we komen, hoe smaller ons pad wordt en hoe meer we inmiddels op onze intuïtie en innerlijke goddelijkheid hebben leren vertrouwen. ‘Many are called, few are chosen’: op een gegeven moment komt het uitsluitend op ons vertrouwen en juiste onderscheidingsvermogen aan om in de juiste richting verder te blijven gaan.

Toch is het fijn om zo nu en dan nog even op te trekken met de ‘oude’ meesters die ons voorgingen op dit pad van ascentie. Mijn band met deze opgevaren meesters is reeds jaren heel innig en ik ben hun heel dankbaar voor alles wat ik tot nu toe geleerd heb (sommigen van hen zijn trouwens uit vrije keuze opnieuw geïncarneerd, juist om hen die dit pad willen lopen fysiek te kunnen ondersteunen). Hun ondersteuning is heel waardevol en maakt ook dat ik nog maar weinig op heb met de wat meer “sensationele” berichtgeving over de ascentie van onze planeet. Het meest sensationeel aan onze ascentie is datgene wat zich in het diepst van ons wezen aan het voltrekken is: de transfiguratie van álle lagen in onszelf alwaar we onze laagjes afpellend en transformerend uiteindelijk stuiten op de meest kostbare diamant in onszelf, waar het zuivere goddelijke licht ongehinderd doorheen kan stralen. Het is die wezenlijke, essentiële laag die zich in het diepst van ons heilige hart bevindt en waar we de vreugde en het loflied van de schepping tot diep in onze cellen beginnen waar te nemen en (opnieuw) te verbreiden.

FRANCISCUS

Een van de ‘oude’ meesters die momenteel een eindje meeloopt op mijn pad, is Kuthumi in zijn verschijning van Franciscus van Assisi. Met hem leer ik dat het ware dienaarschap van God zich grotendeels buiten de waarneming en maskerades van sensatie afspeelt. De dienaar van God begeeft zich eenvoudig doch vastberaden op weg, eerder onzichtbaar dan zichtbaar, nederig liever dan trots, onhoorbaar eerder dan hoorbaar. Hij of zij en zijn of haar werken zijn er voor wie oren heeft om te horen en ogen om te zien. L’essentiel est invisible pour les yeux, schreef Antoine de Saint-Exupéry reeds in zijn ‘Le petit prince’. Het voornaamste is om ons te verenigen met de geest van God. Door één te zijn met deze goddelijke geest leren wij echt te horen, te zien en te begrijpen.

Franciscus (1181/82 – 1226) leidde zelf een eenvoudig leven, en het laatste wat hij wilde was de aandacht naar zijn persoon toe trekken. In zijn tijd kwamen ze van heinde en verre op hem af, om de wonderdoener uit Assisi in levenden lijve te zien of zelfs aan te kunnen raken. Daarbij gingen ze af op de sensationele verhalen die over hem verteld werden, niet door hemzelf maar door anderen die hem meemaakten. Wat mij het meest aanspreekt in Franciscus is zijn liefde voor de aarde, voor de natuur en haar dieren. Hij communiceerde met hen, bedankte hen en God voor de schepping en leerde ook aan de dieren om God te prijzen (wanneer ze dit vergaten). Ik kom hier straks nog op terug.

HELDERE SPOREN

Van Franciscus leer ik ook dat het belangrijk is om schone, heldere sporen achter te laten. Gebruik niet meer van de aarde dan je teruggeeft en veeg je voetstappen uit, hoor ik hem zeggen in de innerlijke gebieden. Een grote uitdaging in onze fysieke wereld, waar we aan veel meer luxe en comfort gewend zijn en veel meer rommel in de vorm van bijvoorbeeld plastic achterlaten dan Franciscus en zijn tijdgenoten. De boodschap heeft echter ook betrekking op ons ‘zijn en handelen’ in de wereld: het spreken in zuiverheid, de oefening in schone gedachten en het liefdevol en aandachtig aanwezig zijn bij alles wat we doen. En juist deze zuiverheid in intentie, spreken en handelen kunnen we gebruiken terwijl we onszelf leren eveneens minder fysieke rommel achter te laten (bijvoorbeeld door bewust en liefdevol afscheid nemen, bedanken en energetisch onschadelijk maken van voorwerpen en door de atomen en moleculen terug te sturen naar hun oorspronkelijke ‘divine design’).

SCHOONHEID EN HEILIGHEID

De afgelopen anderhalf jaar werd ik dieper ingevoerd in het spectrum van de Goddelijke Geest dat de goddelijke schoonheid en goddelijke heiligheid weerspiegelt. Daarbij mocht ik thuiskomen in het Heilige der Heiligen waarover ik in eerdere blogs geschreven heb. Dit Heilige der Heiligen is een goddelijke kern die zich in ieder van ons bevindt en die wij in de loop van vele incarnaties zelf hebben leren versluieren met hulp van onze hogere zelven en ons IK BEN. Dit hebben we bewust gedaan omdat het licht van deze goddelijke trilling te sterk is voor onze vormen in de lagere dimensies -we zouden erdoor verschroeid kunnen worden (het energetisch doorbranden van de zenuwen is hier bijvoorbeeld een uitingsvorm van).

Alleen door een graduele, stapsgewijze opklimming in onze trillingsfrequentie kunnen we onszelf weer toegang verlenen tot dit Heilige der Heiligen -alleen dan kunnen we het verterende vuur van Gods Liefde verdragen. Tot die tijd hebben we zelf wachters aangesteld bij de poort van dit meest heilige en stralende goddelijke deel van ons wezen (dat tevens de poort is naar het Al-Één). Deze wachters zijn dezelfde als de engelwachters die onze innerlijke Tuin van Eden bewaken en ook dezelfde die volgens de Bijbelse traditie de Ark des Verbonds hoeden.

Wij allen zijn uiteindelijk bedoeld om zelf deze Ark van het Verbond te worden. Dáár, in die Ark des Verbonds, zit onze meest majestueuze Glorie (de bijbel noemt het “Gods Heerlijkheid”). Hier is het ook dat wij een en al vrede én jubelende vreugde zijn (want dan is er geen tegenstelling tussen die twee meer). We zijn dan onderdeel van dezelfde lofprijzing die ons ooit voortbracht en die na ons nog vele werelden zal voortbrengen. En daar zingen en scheppen wij dan zelf aan mee. Omdat we ooit zelf uit deze gemoedstoestand/sfeer vertrokken zijn, kunnen wij er ook zelf naar terugkeren.

Dit Heilige der Heiligen kan nooit ontheiligd worden, simpelweg omdat we dan opnieuw in duale termen van ‘heilig’ en ‘niet-heilig’ denken en onszelf daarmee dus buiten Gods heiligheid plaatsen, die overal te vinden is (als we er naar op zoek gaan). Ook hier weer laat Franciscus mij op een diepere laag zien hoe het schone en het heilige ook in het aardse leven besloten liggen, en dat deze eigenlijk geen verdere versiering behoeven anders dan de ‘fires of purification’ die hun verfijning en glans tevoorschijn halen en de sluiers tussen de aardse en de hemelse schoonheid en heiligheid oplichten. En zo komt ook op aarde onze zuivere, innerlijke parel steeds stralender tevoorschijn en begint zij van binnenuit naar buiten te stralen.

SCHITTERING

De tijd waarin Franciscus leefde, was trouwens gek op alles wat blonk, schitterde en glinsterde. Het was de tijd van de opkomst van de kathedralen en de gothische kunst en architectuur, een beweging die in Frankrijk geboren werd en waarvan één persoon -de abt Suger van Saint-Denis- de geestelijke inspirator was. De edelsmeedkunst bloeide als nooit tevoren, omdat goud en edelstenen gezien werden als gematerialiseerd en gekristalliseerd goddelijk licht; de kleur ervan verwees naar de goddelijke straal die er doorheen scheen. Ook de prachtige glas-in-loodramen weerspiegelden dit veelkleurige goddelijke licht en de 12e en 13e eeuw stonden dan ook in het teken van ‘la conquête de la lumière’, de verovering van het goddelijke licht. Dit was een vernieuwing ten opzichte van de romaanse architectuur, waarbij de stevige fundamenten en de donkere gang naar het licht van de kaarsen symbool stond voor onze reis door de dichtheid van de aarde en onze geleidelijke opgang terug naar het licht.

Franciscus verkoos zelf de eenvoud, maar oordeelde niet over de kerk en de tentoonspreiding van pracht en praal hierin. Hij vervolgde zijn eigen pad dat hem in de voetsporen van de Christus leidde. Dat was voor hem genoeg licht om te volgen -boeken en liturgie had hij daarvoor niet nodig- maar hij leverde geen kritiek op hen die deze uiterlijke houvast (nog) wel nodig hadden.

De afgelopen maanden heb ook ik wederom mogen ervaren dat de uiterlijke tempels, kerken en andere gebedshuizen in spirituele zin vooral bedoeld zijn om ons te helpen herinneren aan ons innerlijke heiligdom. Wanneer we dit opnieuw verinnerlijkt hebben, hebben we de uiterlijke tempels niet meer nodig. La cathédrale, c’est nous.

LOFLIED OP DE SCHEPPING

De mooiste les die ‘broeder’ Franciscus me nu echter laat zien is zijn loflied op de schepping. Vlak voor zijn dood schreef hij het beroemde Zonnelied waarin hij de zon, de maan, de sterren en alles wat door God geschapen is, looft en prijst en aanspoort om God te prijzen. Het sluit aan op het ‘Holy! Holy! Holy!’ waarover ik in eerdere blogs schreef en waarvan de Hebreeuwse tekst luidt: “Kadosh! Kadosh! Kadosh! Yah tz’vaot, m’lo kol ha’arets k’vodo.”

In een prachtige meditatie kreeg ik te zien, dat als wij mensen onze taak van goddelijke medescheppers leren oppakken, wij zelf ook echt iets moois aan de schepping kunnen teruggeven. Stevig gegrond in de aarde en goed verbonden met de ‘verhevenste’ energieën binnen God geven wij de bomen, de bloemen en de dieren vernieuwde goddelijke inspiratie mee. Wij laden ze als het ware op direct vanuit de goddelijke Bron, in plaats van ze eenzijdig aan te wenden om onszelf op te laden of onze geest te vervoeren naar hogere hoogten. De aarde draagt nog steeds de zwaarte van het menselijke veld dat ook bij hen binnengebracht is, en zij en haar schepselen vragen ons om hen opnieuw te helpen verenigen met hun goddelijke blauwdruk, hun oorspronkelijke goddelijke ontwerp, en hen hier niet langer van te beletten. Dit goddelijke ontwerp is er een van voortdurende vrede en vreugde waarbij geen enkel ander schepsel leed of schade wordt berokkend, wat onze val in bewustzijn als consequentie voor hen helaas wel gehad heeft.

Daarom is het een mooi gebaar om met de dieren en andere natuurwezens sámen te bidden en te loven. Je leest het goed: niet alleen voor de dieren, maar ook mét. Ook Franciscus spoorde de dieren aan tot lofprijzing van de schepping en het bedanken van de Schepper voor hun perfectie en het ontvangen van alles wat ze nodig hebben. Door dit te doen, en door dit samen met de dieren te doen, herinner je niet alleen jezelf eraan dat je in opsprong perfect geschapen werd, maar ook de dieren. Je hart herinnert het zich en zal deze blijde boodschap ook aan alle andere cellen in je lichaam doorgeven, zodat alles in jou zich weer zijn oorspronkelijke perfectie -de divine design- herinnert. En dit geldt natuurlijk ook voor de dieren, en alle andere schepselen die door de last van de verzwaring van de collectieve menselijke velden deze oorspronkelijke lofprijzing ‘vergeten’ zijn.

Ik vond deze les zo mooi, dat ik hem toe ben gaan passen met mijn eigen katten. Ik herinner ze eraan om de goddelijke Schepper te blijven lofprijzen, en het voelt als een stukje ‘empowering’ die ik hun daarmee teruggeef. Dagelijks ga ik samen met hen hiervoor even zitten; ik zingend, zij spinnend. En het voelt als een ongelooflijk mooi geschenk dat ik aan hen mag doorgeven .

Franciscus’ wijsheid is dus nog immer actueel, ook acht eeuwen later. In deze tijd van herbezinning over hoe we beter met de aarde en de dierenwereld kunnen omgaan, is hij zelfs tot ‘eco-heilige’ gebombardeerd. De man, die als enige ambitie had om in de voetsporen van Jezus te mogen wandelen, heeft deze lessen aan ons doorgegeven, via hemzelf en zijn naaste broeders en zusters (de clarissen) die zijn verhalen hebben opgetekend, maar ook op mystieke wijze aan hen die zijn voorbeeld willen volgen op het pad van ascentie.

Een gezegende Leeuwenportaaldag gewenst !

Op de foto’s zie je

  1. een vroege afbeelding van Franciscus die waarschijnlijk in de laatste jaren van zijn leven gemaakt is (rond 1226). Het is een muurschildering die zich bevindt te Subiaco, in de Sacro Speco.
  2. Detail van ‘Le couronnement de la Vierge’ van Fra Angelico.
  3. Het imposante interieur van de Sainte-Chapelle (Parijs), waar de ‘conquête de la lumière’ goed zichtbaar wordt.
  4. Franciscus preekt tot de vogels, Moccas Church te Herefordshire.